Ontsluiting

Met “ontsluiten” wordt het toegankelijk maken van het archief bedoeld. Er wordt een overzicht gemaakt van de inhoud van een archief, zodat een onderzoeker/gebruiker weet welke documenten er te vinden zijn in het archief en de persoon die de stukken uit de rekken of het magazijn haalt, weet waar te zoeken. Het resultaat van deze beschrijving van het archief wordt een inventaris genoemd. Er zijn verschillende mogelijkheden voor het opstellen van een inventaris.

Een archief kan ontsloten worden aan de hand van speciale inventarisatieprogramma’s. Deze programma’s zijn echter duur en overbodig indien je enkel een overzicht wil hebben van de inhoud van een archief. Een makkelijkere en goedkopere oplossing is het beschrijven op papier ofwel in Microsoft Office Word. In onderstaande beschrijving vertrekken we van dit laatste hulpmiddel.

Er zijn verder twee opties voor de manier van beschrijven. We kunnen een uitgebreide inventaris maken, waarbij we de orde in het archief (indien nodig) verbeteren en de stukken op een gedetailleerde manier gaan beschrijven. Of we kunnen een doosinventaris of plaatsingslijst opstellen, waarin per doos een korte omschrijving gegeven wordt van de inhoud. Deze lijst is gemakkelijker en sneller op te stellen, maar is minder gedetailleerd en moeilijker te doorzoeken.

 

geopende archiefdozen

 
Werkwijze voor het opstellen van een doosinventaris, ook wel plaatsingslijst genoemd.
  1. Geef elke doos een doorlopende nummer en schrijf dit nummer op de doos.
  2. Maak een nieuw Word document aan en noteer de titel van het archief (archief van -naam archiefvormer-), de datum van de beschrijving, de naam van de auteur en noteer dat dit een doosinventaris is en elk nummer dus verwijst naar een doos.
  3. Noteer het nummer van de doos en schrijf daarnaast een korte omschrijving van de inhoud en de datum van de stukken.

 

Bijvoorbeeld:

  1. Financiën: kasboeken
  2. Ledenlijsten 1978-1979 en briefwisseling met André Boom 1956-1989
  3. Foto’s 2008, bestuursverslagen 1967, 1978 en ontvangen brieven 1997-1998

Bij een doosinventaris is het niet nodig de documenten te ordenen, waardoor je snel te werk kan gaan.

Werkwijze voor het opstellen van een uitgebreide inventaris.

Voor het opstellen van een inventaris gaan we uit van een geordend of te ordenen archief. Wordt het archief geordend, dan lopen ordening en beschrijving samen. Is het archief in goede geordende staat, dan valt de beschrijving samen met het herverpakken van de stukken in zuurvrije dozen en mappen.

  1. Je hebt het archief geordend in afdelingen en onderafdelingen
  2. Bekijk per (onder)afdeling de stukken en orden ze (eventueel) nog verder.
  3. Haal speciale formaten van audiovisuele documenten (affiches, films) uit het archief. Zij worden apart bewaard. Neem een verwijzing naar deze stukken op in de inventaris. Publicaties en documentatie werden bij het schonen al verwijderd uit het archief.
  4. Verpak per afgewerkt onderdeel de stukken per reeks of dossier in een zuurvrije omslag
  5. Indien een omslag volledig is, schrijf je rechts bovenaan de titel van het archief en rechts onderaan het nummer van de reeks of het dossier. Plaats daarna de omslag in een doos.
  6. Beschrijf het dossier, de reeks en/of de stukken op de juiste plaats in de inventaris door vermelding in volgende volgorde van:

    nummer: nummer dat op de omslag werd geschreven
    redactionele vorm: brief, verslag, dagboek, kasboek, nota, proces-verbaal, grootboek, dossier, kopie van …, … (zie ook Archiefterminologie in Nederland en Vlaanderen)
    inhoud/onderwerp (niet altijd van toepassing): inzake.., betreffende…, over…
    datum: jaartal dat de stukken werden opgemaakt, uiterste data noteert men als 1951-1959
    omvang: betreft deze beschrijving 1 of meerdere omslagen, een dossier kan bv. meerdere omslagen bevatten. Een deel wordt gebruikt voor ingebonden stukken/schriften. 1 stuk wordt gebruikt voor de omvang van bv. een brief, een akte, een nota
    nota’s (klein geschreven): de stukken zijn in slechte staat, de stukken mogen om privacyredenen niet geraadpleegd worden, enzovoort.

Bijvoorbeeld:

1. Ontvangen brieven, 1978-1989. 3 omslagen
2. Verslagen en bijlagen van de vergaderingen, 1934-1937; 1939; 1945-1951. 2 omslagen
    De stukken van voor 1945 zijn in slechte staat en kunnen niet geraadpleegd worden. Er is een digitale kopie beschikbaar.
3. Kopie van de Leuvense schepenregisters over de jaren 1545-1698, 2007. 1 deel
4. Nota’s betreffende de jaarplanning, 2000-2001. 1 omslag
5-7. Dossier inzake de tentoonstelling “Sprookjes door de eeuwen”, 2003. 3 omslagen
    5. Vergaderverslagen van de werkgroep, 2003. 1 omslag
    6. Nota’s over de geschiedenis van sprookjes, 2003. 1 omslag
    7. Stukken betreffende de organisatie en financiën, 2003. 1 omslag
8. Kasboek, 1897; 1986-2009. 5 delen
9. Verkoopsakte van het clublokaal, 1999. 1 stuk

 

 

documenten

 

De inventaris kan er dus als volgt uitzien.

Vergeet in de inventaris niet de naam van de auteur, de datum van opmaak en de titel van het archief op te nemen. Je kan in een inleiding ook de geschiedenis en structuur van de archiefvormer schetsen en de omvang van het archief geven.