Wielrennen is in ons land een belangrijk gegeven. De activiteit
van professionele wielrenners laat vele documentaire sporen na bij
de media, maar coureurs houden zelden persoonlijke archieven bij.
Briek Schotte blijkt daarop een uitzondering te vormen. Maak via
Archiefbank kennis met de Laatste Flandrien en
de door hem nagelaten archivalia.
Briek (Albéric) Schotte (1919-2004) rijdt op vijftienjarige
leeftijd zijn eerste koers, een cafékoers met biertonnen.
Het is het begin van een sportcarrière die een halve eeuw
duurt en van IJzeren Briek een mythe maakt. Een
volksjongen met een gebeeldhouwde kop die blijft stoempen
en die nooit afgeeft, over kasseien en in guur
weer, een tube over zijn schouders. Hij beantwoordt
aan het archetype van de Flandrien, de noeste boerenjongen
die het opneemt tegen beter uitgeruste en begeleide renners uit Frankrijk
en Italië. Hoewel hij dat zelf relativeerde: "Door mijn
positie op de fiets gaf ik de indruk dat ik meer afzag dan in werkelijkheid
het geval was".
Zijn eerste zege is ook zijn merkwaardigste. In 1939 staat Schotte
aan de leiding van de Omloop van het Westen, een Franse etappewedstrijd.
Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt de wedstrijd
stilgelegd. Omdat hij op dat moment aan de top van het klassement
staat, wordt Schotte uitgeroepen tot winnaar. De oorlog bemoeilijkt
zijn profcarrière, maar hij blijft koersen. In 1942 wint
hij voor de eerste keer de Ronde van Vlaanderen. In totaal neemt hij
twintig keer aan 'zijn' Ronde deel, een absoluut record. Hij
wint een tweede keer in 1948. In hetzelfde jaar schalt zijn stem
luid over de radio: "Moeder, moeder, hoort gij mij? Ik heb
gewonnen en ben wereldkampioen!" In 1950 zou hij dit succes
overdoen voor eigen publiek in Moorslede.
Hij wint naast het Wereldkampioenschap en de Ronde van Vlaanderen
ook klassiekers als Gent-Wevelgem, Parijs-Brussel en Parijs-Tours.
"Ik was misschien niet snel, maar wel sterk en taai,"
typeerde hij zichzelf. Zijn volharding bezorgt hem 61 profzeges
en in 1948 een tweede plaats in de Tour, na Gino Bartali. In datzelfde
jaar ontvangt hij de trofee als beste renner van de wereld.
Schotte blijft professioneel fietsen tot zijn veertigste. Daarna
begint hij aan een even succesvolle loopbaan als ploegleider bij
Flandria en Kas. Hij kan in die functie zijn koersdoorzicht doorgeven
aan gerenommeerde renners als Walter Godefroot, Herman Van Springel,
Eric Leman, Roger De Vlaeminck, Jean-Pierre Monseré en Freddy
Maertens. Want hoewel Schotte voorgesteld wordt als een harde wroeter
heeft hij zijn successen ook te danken aan een slimme tactische
aanpak. Koerstactiek werd door hem op onnavolgbare wijze geformuleerd
als: Zeire riejn als je zeire moe riejn, en nie zeire riejn
als je nie zeire moe riejn (snel rijden als het moet, en
niet snel rijden als het niet moet).
Hij zegt zijn sport nooit vaarwel en overlijdt in 2004, uitgerekend
op de dag van de 88ste Ronde van Vlaanderen.
Het archief van Briek Schotte bestaat uit een groot aantal foto's,
bewaard in albums door hem samengesteld en van commentaar voorzien.
Verder bewaarde hij zorgvuldig de vele trofeeën, medailles,
petjes, truitjes, linten, schalen, kaders, kunstwerken en aandenkens
die hij in zijn wielercarrière verzamelde. Briek Schotte
bewaarde ook een groot aantal wielertijdschriften en naslagwerken.
De boekjes en langspeelplaten die hij gebruikte om talen te leren
(Engels - Frans - Italiaans), vormen ook een belangrijk onderdeel
van de collectie.
Hij schonk een eerste gedeelte van het materiaal in 1999 aan het
Stadsarchief van Waregem. Zijn zoon Johan Schotte vond na het overlijden
van zijn vader op zolder nog een groot aantal stukken, voornamelijk
medailles en trofeeën. Deze collectie werd eveneens aan het
Stadsarchief Waregem geschonken in 2005.
Archief Briek Schotte (1914-2004), 366 nummers.
Stadsarchief Waregem, Gemeenteplein 2, Waregem
http://www.waregem.be/archief